Laparoscopische sterilisatie
Wat is een sterilisatie
Een sterilisatie is een operatie waarbij de eileiders worden afgesloten, zodat zaadcellen de eicellen niet kunnen bereiken en bevruchten. Een zwangerschap is dan niet meer mogelijk.
De beslissing tot een sterilisatie
Veel vrouwen ervaren een sterilisatie als een opluchting. Geen dagelijkse zorgen meer om de pil op tijd in te nemen of geen verantwoordelijkheid meer voor het gebruik van een condoom of pessarium binnen een relatie. Sommige vrouwen vinden dat hun seksuele leven hierdoor verbetert. Voor andere vrouwen biedt een sterilisatie niet meer voordelen dan een ander voorbehoedsmiddel, dat hen goed bevalt.
Man of vrouw
Voor veel vrouwen is een sterilisatie een emotionele ingreep. De beslissing om geen kinderen (meer) te krijgen is nu heel definitief. Soms gaat er aan een sterilisatie een discussie met de partner vooraf: “wie van de twee”.
Een enkele keer voelen vrouwen het als een belasting, dat zij na het krijgen van kinderen ook nog deze ingreep moeten ondergaan, terwijl een sterilisatie voor een man een kleinere en minder belastende ingreep is: bij de man gebeurt de ingreep poliklinisch onder plaatselijke verdoving en bij de vrouw in dagbehandeling en onder algemene verdoving.
Voor sommige vrouwen is de kans op spijt groter dan voor andere vrouwen. Naarmate de vrouw op jongere leeftijd kiest voor een sterilisatie en er dus meer vruchtbare jaren zijn waarin levensomstandigheden kunnen veranderen, denk b.v. aan echtscheiding, is de kans op spijt groter. Van de vrouwen onder de 30 jaar blijkt 20% later spijt te hebben van de ingreep tegen 6% van de vrouwen, die bij de sterilisatie 30 jaar of ouder waren. Omdat mannen veel langer vruchtbaar zijn en lopen zij daarmee meer kans ooit spijt te krijgen van een definitieve ingreep, mochten zij in de toekomst een nieuwe relatie aangaan. Bovendien zijn hersteloperaties om een sterilisatie ongedaan te maken vaak minder succesvol dan bij vrouwen: mannelijke vruchtbaarheid is na een hersteloperatie vaak sterk verminderd als gevolg van de vorming van antistoffen.
Gebruikt u de pil, bedenk dan dat u door het stoppen met de pil na een sterilisatie uw eigen menstruatiecyclus terug krijgt. Als u zonder pilgebruik last had van pijnlijke, langdurige, hevige of onregelmatige menstruaties, bestaat de kans dat u hier opnieuw last van krijgt na de sterilisatie.
Hoe gebeurt een sterilisatie
Een sterilisatie gebeurt meestal via een kijkbuis-operatie (laparoscopie). De gynaecoloog maakt een sneetje van ongeveer 1 cm in de onderrand van de navel en brengt door dat sneetje een dunne holle naald in de buikholte. Via deze naald wordt de buik gevuld met onschadelijk koolzuurgas. Zo ontstaat kijkruimte in de buik om de eileiders te zien: zonder gas in de buik liggen de eileiders achter de darmen verscholen. Vervolgens wordt via dit sneetje een kijkbuis in de buik gebracht. Een tweede sneetje wordt in de buurt van de bovengrens van het schaamhaar gemaakt: hierdoor wordt een instrument ingebracht waarmee de eileiders over een groot gedeelte dicht gesmolten (gecoaguleerd) worden. De ingreep gebeurt in dagbehandeling onder algemene verdoving (narcose). Als er zich geen problemen voordoen duurt de ingreep ongeveer een kwartier.
Er bestaan ook andere methoden om de eileiders tijdens een kijkbuis-operatie af te sluiten, zoals het plaatsen van clipjes en ringetjes. Verder is sterilisatie mogelijk tijdens een buikoperatie en via een hysteroscoop (kijkbuis die via de schede in de baarmoeder wordt ingebracht). De gynaecoloog bespreekt voor de operatie met u welke methode wordt gebruikt.
Problemen
Soms blijkt tijdens de operatie dat er problemen zijn en dat de afgesproken methode van steriliseren niet mogelijk is.
- Een kijkbuis-operatie lukt niet of de eileiders zijn niet te zien. Een heel enkele keer lukt het de gynaecoloog niet om de kijkbuis in de buik te brengen. Vooral bij vrouwen met een fors overgewicht is dit soms moeilijk. Ook lukt het een heel enkele keer niet om de eileiders te zien. Dit probleem komt eigenlijk alleen voor bij vrouwen, die een ernstige buikvliesontsteking, een ernstige eierstokontsteking of uitgebreide buikoperatie(s) hebben meegemaakt. Daardoor zijn soms veel verklevingen rond de eileiders aanwezig. De operatie wordt dan gestopt.
- Een derde sneetje is noodzakelijk. Soms zijn de eileiders moeilijk vast te pakken met het instrument waarmee de sterilisatie wordt uitgevoerd. De gynaecoloog maakt dan een derde sneetje aan de zijkant van de buik, waardoor een hulpinstrument kan worden ingebracht waardoor de sterilisatie goed kan worden uitgevoerd.
- Er treedt een complicatie op, waardoor een buikoperatie noodzakelijk is. Bij zeer grote uitzondering treedt een complicatie op waardoor een buikoperatie noodzakelijk is. Bij een complicatie moet datgene gedaan worden wat op dat moment noodzakelijk is om de complicatie te verhelpen. Complicaties van een sterilisatie-operatie zijn zeer zeldzaam: zij komen bij minder dan 1 op de 1000 vrouwen voor. Voorbeelden zijn beschadiging van de darm of blaas, grote bloedingen of een infectie.
Hoe zeker is een sterilisatie
Veel vrouwen kiezen voor een sterilisatie omdat zij denken dat dit de meest zekere methode is om geen kinderen (meer) te krijgen. Toch geeft een sterilisatie geen 100% garantie om nooit (meer) zwanger te worden. Geschat wordt dat van de 100 vrouwen beneden de 30 jaar die zich laten steriliseren, er ongeveer 3 later zwanger worden en van de 100 vrouwen tussen de 30 en 35 jaar 2. Van de vrouwen boven de 35 jaar, die gesteriliseerd worden, raakt er 1 op de 200 onbedoeld zwanger. Bij een zwangerschap na een sterilisatie is de kans op een buitenbaarmoederlijke zwangerschap groot: ongeveer 30%.
Zwangerschap kan optreden doordat de eileider uit zichzelf weer doorgankelijk wordt of doordat de sterilisatie niet goed is uitgevoerd.
De mogelijkheden tot herstel van de sterilisatie
Sterilisatie is in principe een definitieve ingreep. Toch krijgen sommige vrouwen spijt en vragen om een hersteloperatie. Dan is een grotere operatie nodig, die zwaarder is en langer duurt dan de sterilisatie zelf. De kans op zwangerschap na een hersteloperatie (40-85%) hangt o.a. af van de gebruikte sterilisatiemethode en de plaats waar de eileiders afgesloten zijn. De kans op een buitenbaarmoederlijke zwangerschap na een hersteloperatie is licht verhoogd (2%).
Voor de operatie
Bijna altijd gebeurt een sterilisatie in dagbehandeling. Dat betekent, dat u op de dag van de opname wordt behandeld en op dezelfde dag naar huis gaat. Op de dag van de ingreep moet u nuchter zijn, dat wil zeggen: na 12 uur middernacht mag u niets meer eten of drinken.
Ongesteld zijn tijdens de sterilisatie is geen probleem. Het is belangrijk ervoor te zorgen dat u tijdens de sterilisatie niet zwanger bent of dat er net een bevruchting heeft plaatsgevonden. Vrouwen, die de pil gebruiken, kunnen het beste de pil doorgebruiken tot aan de operatie en dan de strip afmaken.
Een spiraaltje kan tijdens de sterilisatie verwijderd worden, maar dit is niet altijd verstandig. Als vlak na de eisprong een bevruchte eicel in de baarmoederholte is aangekomen, voorkomt het spiraaltje de innesteling. Haalt de gynaecoloog op dat ogenblik het spiraaltje weg, dan kan innesteling alsnog plaatsvinden, met een zwangerschap als gevolg. Bespreek met de gynaecoloog wat het beste tijdstip is om het spiraaltje te laten verwijderen.
Na de operatie
Direct na de sterilisatie heeft u vaak stevige buikpijn. Deze pijn vermindert meestal de eerste uren na de sterilisatie en verdwijnt aan het eind van de dag. U kunt hiervoor gerust pijnstillers gebruiken. Ook schouderpijn komt voor na een sterilisatie. Koolzuurgas dat gebruikt wordt om de buik op te blazen prikkelt het middenrif, hetgeen pijn veroorzaakt. De schouderpijn verdwijnt meestal op de dag na de operatie. Bij buikpijn, misselijkheid, braken en koorts op de dagen na de ingreep, dient u zich in verbinding te stellen met de huisarts of de behandelend arts in het MCB.
Soms wordt tijdens de operatie de baarmoederhals via de schede met een tangetje vastgepakt om de baarmoeder en de eileiders tijdens de operatie te kunnen bewegen. Hierdoor kan er enkele dagen na de ingreep wat bloedverlies via de schede zijn.
De wondjes in de buik zijn meestal gehecht. Voor ontslag uit de kliniek hoort u of de hechtingen verwijderd moeten worden of dat het zelf-oplossende hechtingen zijn. In het laatste geval duurt het soms ruim 6 weken voordat eventuele uiteinden van de draadjes die u nog ziet verdwenen zijn. U kunt gerust douchen of een bad nemen terwijl de hechtingen nog aanwezig zijn.
Op de dag van de sterilisatie bent u door de operatie en de narcose vaak nog behoorlijk slap. Het is daarom verstandig dat u wordt opgehaald. Zelf autorijden of met openbaar vervoer naar huis gaan wordt afgeraden.
De meeste vrouwen hebben een paar dagen nodig voordat zij zich weer helemaal hersteld voelen. Als u thuis kleine kinderen hebt is het verstandig de eerste dagen extra hulp te regelen.